Brandschilderen

Gebrandschilderd glas dateert uit de negende of tiende eeuw. Voor het eerst waren kunstenaars in staat om realistische kerkbeglazing uit te voeren met ‘contour’ (harde lijnschildering) en ‘grisaille’ (afdekschildering om licht- en donkereffecten te bereiken). Bij brandschilderen wordt de verf in lagen aangebracht en in een oven ingebrand, elke laag of kleur soms op verschillende temperatuur. Honderden jaren gebruikte men slechts een paar kleuren glasverf, zoals dekkende zwarte en bruinen verven en een transparante goud/oranje glasverf. Dit zijn overigens nog steeds de basiskleuren voor de traditionele glasschilder, maar tegenwoordig heeft hij een haast oneindig pallet aan kleuren tot zijn beschikking. De techniek zoals die vandaag wordt toegepast, is nog hetzelfde als die van eeuwen terug. Verschil met toen is echter dat de glasschilderkunst tegenwoordig meer is dan alleen maar kerkelijke kunst. Een bijzondere techniek met vele mogelijkheden, die vaak ‘schilderen met licht’ wordt genoemd, want met daglicht verandert het effect van een gebrandschilderd venster.
Laat onze verbeelding de vrije loop en het licht doet de rest